Dag 2: het verhaal in de praktijk

Gepubliceerd op 6 oktober, om 18:29u

De Waddenacademie en de projectorganisatie van ‘Terpen- en wierdenland, een verhaal in ontwikkeling’ hadden zich geen mooiere dag kunnen wensen voor de tweede dag van het symposium, die in het teken stond van de dorpsprojecten. Of, zoals projectleider Karin Sjoukes het in haar inleiding zei: “De eerste dag hebben we gehoord welke kennis er is verzameld in dit project. Vandaag laten we zien wat daarmee in de praktijk is gedaan.”

In een tot de laatste stoel bezet Trefpunt in Hallum nam Sjoukes de bezoekers mee langs de hoogtepunten in het project, waaraan sinds 2014 is gewerkt. “Toen ik aan dit project begon, wist ik dat het terpen- en wierdenland een mooi gebied is. Een landschap met veel lagen, waarin je de geschiedenis nog heel goed terugziet en waarin je prachtig kunt fietsen en wandelen. Maar zoals veel mensen wist ik niet hoe rijk het was, ook 2000 jaar geleden al.”

Het beeld van Plinius is aan herziening toe

Hardnekkig beeld
“Ook ik had dat beeld dat Plinius schetste, van arme bewoners op hun terpen en wierden overgeleverd aan de grillen van de zee. Het is bijzonder dat dat beeld zo lang is blijven bestaan. Het is aardig dat we daar nu anders naar gaan kijken. Door onderzoek en door projecten als ‘Terpen- en wierdenland’. We zien nu dat dit gebied misschien wel de Randstad was van de vroege middeleeuwen.”

Aan de slag
De afgravingen hebben veel bijgedragen aan de kennis. “Maar ja, dan ben je wel je terp kwijt”, aldus Sjoukes. Ander onderzoek was daarom nodig. “Voor dit project is geboord, door akkers gestruind en zijn archieven bezocht. Met alles wat daaruit is gekomen, zijn we vervolgens met de zes dorpen aan de gang gegaan.” Want het project Terpen- en wierdenland was niet alleen opgezet om kennis op te doen, maar ook om iets met die kennis te doen. “Met werkgroepen in de dorpen is gezocht naar hoe we de archeologisch gegevens kunnen gebruiken om de dorpen te versterken. Daarbij zijn de wensen van de bewoners meegenomen; ommetjes, ontmoetingsplekken, haventjes et cetera.”

Met de bewoners hebben we onderzocht hoe we de archeologische gegevens kunnen gebruiken om het dorp te versterken

Zichtbaar verleden
Met de archeologen en landschapsdeskundigen zijn maatregelenkaarten uitgewerkt én gerealiseerd. Met een aantal voorbeelden maakte Sjoukes duidelijk hoeveel er is gebeurd:  de terpentoren in Wijnaldum, de app van het grafveld in Godlinze en de informatietafel in dat dorp waaraan nog wordt gewerkt en het herstel van het Asingapark in Ulrum. Daarmee nodigde ze ook iedereen uit aan het eind van de tweede dag van het symposium langs de ‘markt’ te lopen, waarop de dorpen hun resultaten presenteerden.

Breed publiek
Behalve via de maatregelen in de dorpen is de kennis die in het project is opgedaan nog op een aantal andere manieren ontsloten voor een breed publiek. Sjoukes wees op de tentoonstelling die afgelopen winter en voorjaar te zien was in Museum Wierdenland in Ezinge en op de ladekasten die zijn ontwikkeld. “Dorpen kunnen de lades vullen met hun verhaal. Hoe meer er bekend is, hoe ze de diepte in kunnen. Met kaarten, vondsten en noem maar op.” De reconstructie van de helm en het zwaard, waarover Johan Nicolay op de eerste dag van het symposium een lezing hield, zijn volgens Sjoukes ook van groot belang om het publiek te bereiken. “We hadden slechts een klein onderdeel. Dat kun je in een vitrinekast leggen, maar dat zegt mensen niet zo veel. Nu kunnen we de heel helm laten zien en dan gaat de fantasie borrelen.”

Door zo’n helm gaat de fantasie borrelen

Lesprogramma
Sjoukes noemde ook het lesprogramma dat is ontwikkeld door het project. Dat verklaarde de stappels ‘pizzadozen’ bij de ingang van Het Trefpunt, waarover als druk werd gespeculeerd. Alle bezoekers kregen het spel Expeditie Noord mee, dat deel uit maakt van dit programma. Museum Wierdenland gaat dit verder verspreiden onder scholen in het terpen- en wierdenland.

Boekpresentatie
Na haar bondige opsommingen van de resultaten van het project, gaf Sjoukes het woord aan Erik Betten voor een korte inleiding op het boek dat hij in opdracht van het ‘Terpen- en wierdenland, een verhaal in ontwikkeling schreef’ en de officiële overhandiging van het eerste exemplaar aan gedeputeerde Klaas Kielstra.