Taal weerspiegelt landgebruik

Gepubliceerd op 4 oktober, om 17:08u

Wat zit er achter de naam? Naamkundige Karel Gildemacher neemt ons mee in de bijzonder wereld van de namen ‘Terpen’ en ‘Wierden’. Wat is nou ouder? Het woord Terp of Wierde? We gaan op ontdekkingstocht.  

“De taal is de verbinding tussen wat het landschap is en wat in de hoofden van de mensen leeft. Tegelijkertijd komt een woord alleen in het gebruik tot leven. Laten we samen kijken naar de toponiemen – de namen van het landschap en de namen die mensen eraan geven.  Hoe koppelen we een woord aan een gebied? Namen bieden aanknopingspunten in het landschap waar je loopt. Je herkent iets en koppelt er een naam aan. Wat betekent dat dan? Om achter de betekenis van namen te komen moeten we dan ook eerst op zoek naar de motivatie. Waarom noemen de mensen een bepaalde plek zo?”

De zwarte haan
Om te beginnen met een voorbeeld neemt Gildemacher ons mee naar een plek aan het wad. We zien een afbeelding van zwart slib en water. “Bij veel gebieden en dorpen vraag je je af, hoe zijn ze aan de naam gekomen.” Wijzend op de dia vraagt Gildemacher. “Wie weet de naam van dit gebied? Dit is de Zwarte Haan.” Een vreemde naam voor een gebied, maar niet als je naar de motivatie kijkt. “De oorspronkelijke benoeming is namelijk Swarte hoarne. Dit betekent Zwarte Hoek.” Een veel logischere naam. “De benaming “Zwarte” komt voort uit het donkere slib dat hier werd aangetroffen. Later verbasterde ‘hoarne’ naar ‘hoanne’. Door de Rijksoverheid is echter bepaald dat de taal Nederlands is, dus werd hoanne al snel haan. Zo komen we dus op de Zwarte Haan.”

Naam voor land
Het schaalniveau waarop mensen namen geven is individueel of wordt binnen de gemeenschap bepaald. “Zo kan een naam ook het grondgebruik weerspiegelen. Een boer die op een bepaalde grondsoort werkte, liet de naam van zijn stuk land bepalen door het gebruik. De eigenaar moest het perceel duiden en de naam hangt vaak samen met de belangrijkste kenmerken van het land zoals grondsoort, hoogte of laagte en de vochtigheid van het land. De taal en naam weerspiegelt zo het grondgebruik. De aanduiding van het perceel wordt vooral bepaald door voor de eigenaar relevante eigenschappen of door het specifieke historische gebruik van het land.”

Van Stobbegat tot Vegelinsoord
Zit een naam vast, dan blijft hij vast. Het gebeurt maar heel weinig dat plaatsen van naam veranderen. “Het is in deze regio maar een keer gebeurt. Stobbegat was een duidelijke veenplek. Stobben was hierbij een andere naam voor veenplaggen. Uiteindelijk maakten bewoners bezwaar. Ze wilden niet als veenarbeiders worden gezien en niet in een gat wonen. ‘Wij horen niet bij die turflui.’  Hierop is de naam veranderd in Stobbega. Maar nog was de bevolking niet tevreden. In 1955 is de naam daarom veranderd in Vegelinsoord. Deze naam is te herleiden naar de familie Vegelin die in de regio een grote rol speelde.”

Terp of Wierde
Waarmee Gildemacher komt bij de hamvraag. Is het nou Terp of Wierde? “Etymologisch is terp verwant aan dorp. Wierde is afgeleid van Wurthi. Dat staat voor draaien of een gevlochten natuurlijke erfafscheiding. Waarschijnlijk een slibvanger. Een klein onderzoek heeft aangetoond dat vanaf de 18de eeuw het woord Terp begint op te komen in advertenties in de kranten. Een terp heeft hierbij vele betekenissen en het wordt door elkaar gebruikt met wierde. In 1755 wordt in de krant ‘terpland’ aangeboden. Het komische is dat dit wel terpland is, maar dat niet in terpengebied ligt. En wat is dan terpland? In 1758 zien we een vermelding: Bouwland zijnde een terp. In 1797 komt een vermelding van Wierdeland. In 1910 zien we een vermelding van Wierdegrond of Terpaarde. ‘Aangeboden rijk aan meststoffen zijnde terpland’.” Zo buitelen de termen over elkaar door de geschiedenis.

De namen verklaard
Hoe kwamen mensen bij namen als Terpen en Wierden? Gildemacher deed er onderzoek naar. “Ik heb het gebruik bekeken van de termen in Fryslân, Groningen en Ostfriesland. Met vergelijkbare databestanden waarin de plaatsnamen werden verklaard. Namelijk de boeken ‘Friese plaatsnamen verklaard’ , ‘Groningse plaatsnamen verklaard’ en voor Ostfriesland ‘Von Aaltukerei bis Zwischenmooren’. Vervolgens heb ik deze vergeleken en gekeken hoe vaak terpen, wierden en verbasteringen van deze termen in plaatsnamen voorkwamen.”

Gebruik in Fryslân, Groningen en Ostfriesland
Kijken we naar het gebruik van Werth, Wurt of Wierde dan komt dit voor in Fryslân 65%, Groningen 56% en Ostfriesland 21%. Het gebruik van Werua, Wier, Warf en Weer laat andere getallen zien. Fryslân 22%, Groningen 35%, Ostfriesland 46%. Tot zover de naam Wierde. Kijken we naar Therp of thorp dan komt dit voor in Fryslân 13%, Groningen 9% en Ostfriesland 33%.” Hij voegt eraan toe. “Overigens zijn plaatsen met Terp in de naam, niet altijd echte terpen. Zo zijn er drie met een echte dorpsbetekenis. Een terp ligt hierbij niet op een heuvel, maar op zand. Het is geen terp, maar wordt wel een terp genoemd. Zo zien we dus Terp als dorp als vorm van Thorpe of Therp.”

Uitsluitsel?
Maar wat was nu eerder? De Terp of de Wierde? “Ook dat is niet duidelijk. Plinius heeft het in zijn verslagen vooral over Vluchtheuvels. In het Fuldaregister komt in de negende eeuw het woord Wurtheacker voor. Winsemius gebruikt in 1622 het woord Terpen. Knoop in 1763 heeft het over ‘gewoonlijk terpen’. En Westendorp in 1829 ‘wierden of terpen’.” De termen worden zo al langere tijd door elkaar gebruikt. “De Wierde is duidelijk veel ouder. Wierde staat waarschijnlijk voor een afrastering om loslopend vee te weren. Een terp wordt met meerdere mensen gemaakt en is meer verwant aan het Thorp en dus dorp.” Er zal nog lang over gediscussieerd worden.

Bekijk de presentatie van Karel Gildemacher.